woudagemaal.bmp  

Het jaar 2012 begon en eindigt met heel veel regen en hoge waterstanden in de rivieren. Het meeste water is afkomstig uit het achterland: Duitsland, België en verder stroomopwaarts Frankrijk en Zwitserland. De toestroom levert spectaculaire vergezichten op met grote wateroppervlakten van ondergelopen uiterwaarden tussen winterdijken. Eenmaal in de rivieren vindt het overtollige water vanzelf zijn weg naar zee. In het westen en midden van Nederland wordt de neerslag door de grote rivieren meegenomen en afgevoerd nadat het via ringvaarten en boezems daarin is geloosd.

In de noordelijke provincies ontbreken dergelijke grote rivieren en moet het overtollige water op een andere manier worden geloosd. Bijvoorbeeld in Friesland, een van de waterrijkste provincies van het land. Niet alleen ontbreekt hier een grote rivier, maar ook de volle zee is ver weg. Over de dijken liggen het ondiepe IJsselmeer en de dagelijks droog vallende Waddenzee. De natuurlijke afvoer van het Friese water vindt plaats door middel van spuien. Bij laagwater in de Waddenzee worden de spuisluizen in het Lauwersmeer en Harlingen opengezet en vindt het water zijn weg naar buiten. Meestal is dit geen probleem.

Die problemen waren er begin 2012 wél en ook nu in december weer. Er valt zoveel regen en ook het water in de Waddenzee staat zó hoog dat de perioden van laagwater tekort zijn om het overtollige water door de spuisluizen af te voeren. Gelukkig bestaat er dan de mogelijkheid om met behulp van twee grote gemalen direct aan de dijk de natuur een handje te helpen. Daarvoor staan het J.L. Hooglandgemaal in Stavoren uit 1967 en het ir.D.F. Woudagemaal in Lemmer uit 1920 klaar.

Het laatste gemaal was rond de kerstdagen een bezienswaardigheid waar duizenden mensen op afkwamen. Zij moesten in lange rijen wachten om het gebouw binnen te komen. Het ir. D.F. Woudagemaal spreekt tot de verbeelding als het oudste nog werkende stoomgemaal van de wereld. Het hele jaar door is het te bezichtigen als museum van industrieel erfgoed, maar gewoonlijk met stilstaande machines. Gemiddeld één keer per jaar, zoals deze dagen, is het stoomgemaal écht nodig om het water af te voeren. En een draaiende stoommachine roept natuurlijk een heel bijzonder gevoel op. In vier oliegestookte ketels in het ketelhuis wordt de stoom ‘gemaakt’ en naar de vier machines geleid. Opvallend is dat het draaien zo weinig geluid maakt, wat de meeste mensen bij stoom wel zouden verwachten. Dat er gewerkt wordt met echte stoom is ook buiten goed te zien. Rond het gebouw ontsnapt voortdurend (onzichtbare) stoom dat onmiddellijk condenseert tot waterdamp.

Het ir. D.F. Woudagemaal wordt door werknemers van het Friese waterschap bediend en door vrijwilligers onderhouden. Het staat sinds 1998 op de lijst van werelderfgoed van de Unesco. Aan het gemaal is een bezoekerscentrum verbonden en er is educatief materiaal bij ontwikkeld. Kortom, een bezoek meer dan waard.