balgstuw.bmp 

Niets is zo veranderlijk als het weer. Een maand geleden nog maar was Nederland in de ban van drooggevallen beddingen waar bommen uit de Tweede Wereldoorlog tevoorschijn kwamen en woonboten omvielen. In december en de eerste dagen van het nieuwe jaar was de neerslag opeens weer zó overvloedig dat het water uit de polders nergens meer heen kan. En dát komt weer door de hoge waterstanden in de Waddenzee en het IJsselmeer door de aanhoudende noordwester storm. In de laagste delen van Groningen en Friesland bestaat een redelijk gevaar voor overstroming dus daarom worden voorzorgsmaatregelen genomen.

In hoeverre zit ‘de strijd tegen het water’ nog in de genen van de Nederlanders? Na de voltooiing van de Deltawerken werd algemeen aangenomen dat deze strijd in het voordeel van de mens was beslist. Een ramp als in 1953 kon niet meer voorkomen. Elke hoge springvloed zou voortaan door waterbouwkundige hoogstandjes worden tegengehouden. Wie zich echter in de ‘overstromingsgeschiedenis’ van Nederland verdiept, leert dat in het recentere verleden grote overstromingen meestal niet veroorzaakt werden door hoog water vanuit zee maar door dijkdoorbraken langs rivieren. In de periode 1780 – 1840 bijvoorbeeld vonden rivieroverstromingen plaats in 1781, 1784, 1795, 1799, 1805, 1809, 1820 en 1827. (Overstromingen door stormvloeden waren er ‘slechts’ in 1808 en 1825.)

Een groot probleem in die tijd was de verzanding van rivieren waardoor het water zijn snelheid verloor wat vervolgens tot nog meer bezinksel leidde. Na strenge winters konden de grote rivieren door opstuwend ijs zelfs helemaal verstopt raken. Een ander punt was dat het water uit de Rijn niet zelfstandig meer weg kon via de Oude Rijn bij Lobith. Steeds meer vertakte de Rijn zich via de Waal in de Maas waardoor de twee grootste rivieren elkaar opstuwden. 

De strijd tegen het water is verhoudingsgewijs manier waarop negentiende-eeuwse waterbouwkundigen oplosten, was indrukwekkend. Door kribben en kanalisering werden de stromingen versneld. Door het graven van kanalen op tactische plekken kon het water beter tussen verschillende riviermondingen gestuurd worden (Pannerdens Kanaal, Nieuwe Merwede, Nieuwe Waterweg).

Sinds begin jaren negentig weten we echter dat het gevaar van de rivieren opnieuw op de loer ligt. Ternauwernood is Nederland in 1995 aan een ramp ontsnapt.

De snelle klimaatverandering is een bedreiging die weer nieuwe eisen stelt aan de manier waarop Nederland beveiligd wordt. Extreme weersgesteldheden zoals de afgelopen maanden, zullen steeds vaker voorkomen. En ook de prognoses over de stijging van de zeespiegel en de daling van de bodem liegen er niet om. Terwijl ik dit stukje schrijf, komt het bericht door dat het grootste gevaar geweken is. Code oranje is ingetrokken. Hopelijk hebben de ervaringen van de afgelopen dagen ons laten zien in welke hoeken het gevaar voor de toekomst eventueel schuilt.