honkbal.jpg 

Gisteren werd Nederland wereldkampioen honkbal met een team dat bestond uit Curaçaoënaren, Arubanen en ‘Europese Nederlanders’ onder leiding van een Amerikaanse coach. Deze prestatie valt op een bijzonder moment. Juist deze dagen maken zes fractieleiders van Nederlandse politieke partijen een tour langs de Antilliaanse eilanden om met eigen ogen de gevolgen van de invoering van de nieuwe staatkundige verhoudingen, precies een jaar geleden, te bekijken. Het onthaal van deze delegatie verloopt erg stroef. 

Groter kan de tegenstelling tussen de euforie rond de sportieve samenwerking en de negatieve sfeer rond de staatkundige veranderingen niet zijn.

Binnen de nieuwe staatkundige structuur: aparte regeringen voor Sint Maarten, Aruba en Curaçao en de drie kleine eilanden als bijzondere gemeente van Nederland, komen veel gebreken boven. De kleine eilanden voelen zich gedupeerd door de hoge belastingdruk en een torenhoge inflatie na de invoering van de dollar als officiële munteenheid. De grote eilanden staan zeer wantrouwend tegenover de waarborgen ten aanzien van behoorlijk bestuur en transparantie die Nederland eist als voorwaarde voor sanering van de torenhoge overheidsschulden.

Een heet hangijzer is het beleid ten aanzien van immigratie. Een belangrijk deel van economie van de eilanden draait op (zeer) goedkope arbeidskrachten uit landen uit de regio, zoals de Dominicaanse Republiek, Colombia, Venezuela en Haïti. Via de weg van een voorlopige verblijfsvergunning voor een van de eilanden komen deze immigranten uiteindelijk in aanmerking voor de Nederlandse nationaliteit waarmee zij zich in Nederland kunnen vestigen. Het past niet bij de sfeer van de eilanden om daarvoor beheersing van de Nederlandse taal te eisen, wat Nederland een doorn in het oog is. Maar in deze gemeenschappen wordt Papiaments of Engels gesproken en is het Nederlands praktisch een dode taal.

Hoe goed de vernieuwingen ook bedoeld zijn, het lijkt erop dat het Koninkrijk er alleen maar verder door versnippert.  

Het honkbalsucces kan wel eens een belangrijke basis betekenen voor het redden van de betrekkingen tussen de delen van het Koninkrijk. Wie zich wil laten overtuigen hoeveel sport vermag als bindend element in een samenleving leest maar eens het ontroerende boek van John Carlin: ‘Nelson Mandela en de wedstrijd die het volk verenigde’ over het Zuid-Afrikaanse rugbyteam.