leesplankje.jpg 

In de media wordt de laatste tijd melding gemaakt van het verdwijnen van het lidwoord ‘het’ uit de Nederlandse taal. Dit onderwerp maakt veel reacties los. Op internetfora zie je dat er buitengewoon fel wordt geageerd tegen dit fenomeen. Opmerkelijk vaak gebruiken de felste critici zinnen met onduidelijke grammaticale structuren zonder hoofdletters, punten en komma’s.

Afgelopen zaterdag liet taalkundige Hans Bennis op Radio 1 op een wetenschappelijke manier zijn licht schijnen op deze opvallende taalontwikkeling door deze te plaatsen in het perspectief van ‘deflexie’, het afslijten van verbuigingen.

Aan de orde kwam de vraag ‘hoe erg’ het is als het lidwoord ‘het’ verdwijnt. Strikt genomen zal het nauwelijks consequenties hebben voor begrip en betekenis van de Nederlandse taal. Slechts in een enkel geval komen in het Nederlands zelfstandige naamwoorden voor met een aparte ‘de’en ‘het’ betekenis, bijvoorbeeld ‘de punt’ en ‘het punt’. Bennis liet ook zien dat het verdwijnen van ‘het’ niet alleen dit woordje zelf betreft maar dat er sprake is van een systeemverandering. Ook het onderscheid tussen ‘dit’ en ‘deze’ en ‘dat’ en ‘die’ verdwijnt hiermee. En verder wordt het dan ‘een mooie huis’ en ‘een dure schilderij’.

Interessant is zijn verklaring waarom de weerstand tegen zulke veranderingen zo groot is terwijl deflexie in alle Germaanse talen toch heel een natuurlijk proces is. Maar uit onderzoek blijkt dat elke taalgebruiker een ongemakkelijk gevoel krijgt als hij iemand anders iets hoort doen met de taal wat hij zelf niet doet. En dit wordt erger naarmate deze afwijkingen meer aandacht krijgen. Als het woord ‘het’ verdwijnt zal dit nog volgens Bennis zo’n 200 jaar duren. Ondertussen zijn ons binnen dertig jaar tijd de woorden ‘zult’ en ‘kunt’ min of meer onopgemerkt ontglipt om plaats te maken voor ‘zal’ en ‘kan’.

‘Het’ verdwijnt doordat dat er steeds meer Nederlands sprekenden komen die het onderscheid tussen de verschillende geslachten niet meer aanvoelen. En dit komt weer door een toenemend aantal actief Nederlands sprekenden voor wie Nederlands niet de moedertaal is. Om die reden heeft het Engels ditzelfde proces al veel eerder ondergaan. Maar voorlopig zal het verdwijnen van ‘het’ veel weerstand oproepen en zullen er vooral veel negatieve betitelingen als ‘vervlakking’, ‘verarming’ of ‘verloedering’ gebruikt worden voor wat in de taalwetenschap gewoon ‘deflexie’ heet.