heineken
In meer dan 178 landen is de naam Heineken bekend. Daarmee is dit een van de grootste biermerken van de wereld. Opvallend vind ik dat buitenlanders vaak verbaasd reageren als je vertelt dat Heineken van oorsprong Nederlands bier is. Nu is de naam inderdaad niet Nederlands. De vader van de oprichter was een Duitse immigrant maar de grondlegger van het concern is aan Het Singel in Amsterdam geboren.
Iedereen kent Freddy Heineken (1923-2002) kleinzoon van de oprichter die verantwoordelijk is geweest voor de eigentijdse uitstraling van het biermerk. Hij is bijvoorbeeld de bedenker van het lettertype in het logo met de ‘lachende e’.
Maar nu de brouwerij deze week precies 150 jaar bestaat, gaat de belangstelling vooral uit naar de oprichter Gerard Heineken (1841-1893). Van Annejet van der Zijl verscheen bij deze gelegenheid een boek over zijn leven. Het Stadsarchief Amsterdam wijdt een tentoonstelling aan de start de brouwerij. De ‘eerste Heineken’ blijkt een opmerkelijk man geweest. Op 22-jarige leeftijd nam hij met kapitaal van zijn familie de aandelen over van brouwerij De Hooiberg aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. Op dat moment had hij nog geen ervaring met bier brouwen. Wel beschikte hij over een bijzondere ondernemersgeest. De Hooiberg is al snel te klein voor Heinekens plannen dus laat hij in 1864 een nieuwe ‘stoombrouwerij’ bouwen in de polder buiten de stad, op dezelfde plek waar nu de Heineken Experience gevestigd is. Hij maakte de keuze om zich toe te leggen op het vervaardigen van een lichte biersoort: nieuw Beiers bier. De Duitser Wilhelm Feltman werd zijn meesterbrouwer.
Heineken startte zijn brouwerij in een verpauperd Amsterdam. Wie het kon betalen ontvluchtte de stad. Alleen de armsten bleven er wonen, onder de meest erbarmelijke omstandigheden. De gemiddelde levensverwachting was 35 jaar. Amsterdamse families die rijk geworden waren in de Gouden Eeuw investeerden in buitenlandse projecten zoals Amerikaanse spoorwegen of Duitse mijnen om hun vermogen veilig te stellen.
Gerard Heineken koos ervoor om dichtbij huis te blijven en zijn kapitaal aan Amsterdam ten goede te laten komen. Hij investeerde in de aanleg van het Noord-Hollands Kanaal, in huisvesting voor zijn werknemers in de Pijp; hij maakte deel uit van de vereniging die gratis brood uitdeelde aan de armen; zat in diverse besturen van culturele instellingen zoals het Rijksmuseum en het Concertgebouw en was betrokken bij activiteiten voor ‘volksverheffing’ in het Paleis van Volksvlijt dat in hetzelfde jaar gebouwd werd als zijn stoombrouwerij. Amsterdam heeft dus veel aan de Heineken oprichter te danken. Wellicht hoort Gerard Heineken thuis in het rijtje De Miranda, Sarphati, Wibaut en Henri Polak en dat terwijl hij als persoon bijvoorbeeld niet eens voorkomt in het vierdelige standaardboekwerk Geschiedenis van Amsterdam. De vraag waarom hij in de vergetelheid is geraakt, maakt dus terecht deel uit van de hernieuwde aandacht voor zijn rol in de geschiedenis van Amsterdam. Het heeft te maken met het ‘publieke geheim’ dat zijn zoon en opvolger Henry Pierre een buitenechtelijk verwekt kind was, een feit waarmee hij zelf op evenwichtige manier omging. Door zijn vroege dood is hij niet in de gelegenheid geweest om zich tegen onverkwikkelijke aantijgingen te verweren.