gladiolen
Nijmegen was vorige week weer in de ban van de jaarlijkse Vierdaagse. Niet alleen regionale zenders besteedden er veel aandacht aan. Ook de KRO verzorgde elke dag een uitgebreide reportage op Nederland 1 over dit spektakel dat met 46.000 het grootste wandelsportevenement van de wereld is.
Hét symbool van de Nijmeegse Vierdaagse is de gladiool, de bloem waarmee de deelnemers aan het eind van de vierde dag worden onthaald op de Via Gladiola. De gladiool is van oorsprong een exoot. Hij behoort tot de lissenfamilie met een verspreidingsgebied van Zuid-Europa tot zuidelijk Afrika. Zeevaarders brachten hem in de 17e of 18e eeuw vanuit zuidelijk Afrika mee naar Nederland.
De bloem is midden in de zomer volop voorhanden en kan tegen een stootje. Dat zal de reden zijn dat hij in de jaren dertig zijn intrede deed in de Nijmeegse Vierdaagse. De bloem heeft in Nederlands in de loop van de tijd een wat suffig, boers imago verkregen. In de jaren zeventig kwam de Utrechtse cabaretier Herman Berkien met uitdrukking ‘achterlijke gladiool’, wat met de twee langgerekte a’s lekker klonk in zijn dialect maar door het hele land werd overgenomen..
Toen ik afgelopen maand in Hongarije was, zag ik overal gladiolen. Ze hadden prachtige felle kleuren en waren met hun stengels van minstens anderhalve meter duidelijk de trots van elke tuin. Ik deed
een rondje Nederland tijdens de KNS les. Bij beelden van de Nijmeegse Vierdaagse die ik liet zien, maakten vooral de gladiolen indruk op de Hongaarse cursisten. ‘Hoe die bloem in het Nederlands heette’, wilden ze weten maar mijn antwoord ‘gladiool’ zei hen niets. Het Hongaarse woord is ‘kardvirág’ wat staat voor ‘zwaardbloem’ legden ze me uit, ondersteund met gebaren waarin ik zwaardvechten herkende. In een flits schoot me het verband met ‘gladiator’ te binnen. Wikipedia bevestigde dit. De naam gladiool was afgeleid van het latijnse ‘gladius’ vanwege de langgerekte spits toe lopende bladeren (dus niet vanwege de bloem zelf).
Over de herkomst van de uitdrukking ‘de dood of de gladiolen’ bestaat minder eensgezindheid. Er wordt gespeculeerd dat de Romeinse gladiatoren na afloop van hun gevecht onder gladiolen bedolven werden. Mij lijkt dit iets wat naderhand verzonnen is om de naam van de bloem te verklaren. Ik sluit me liever aan bij de opvatting dat ‘de dood of de gladiolen’ een uitvinding van de wielersport is. Halverwege de jaren zeventig dook in het profpeloton de Amsterdamse stratenmaker Gerrie Knetemann op die zijn sport op een unieke manier verbaal in beelden wist om te zetten. Tijdens de Tour de France kreeg hij rond de klok van zes een vaste radiorubriek Het verhaal van de Kneet. Heel Nederland luisterde er met verbazing naar en ik herinner me dat Knetemann deze uitdrukking daarin gebruikte. De eerste officiële schriftelijke vindplaats stamt ook uit die tijd. Een landelijke krant gebruikte het tijdens de Tour de France van 1979 als kop.