vondel.jpg

Joost van den Vondel 1587 – 1679 

 

Na een jaar waarin kunst en cultuur zwaar onder druk stonden, begon cultureel 2012 met een opmerkelijk initiatief. In de Amsterdamse stadsschouwburg werd onder grote belangstelling Vondels toneelstuk Gijsbrecht van Amstel opgevoerd, ook wel bekend als De Gijsbrecht. Het stuk werd geschreven voor de opening van de eerste Amsterdamse schouwburg in 1638 (toen nog aan de Keizersgracht) en meer dan drie eeuwen lang werd het stuk jaarlijks op 1 januari op de planken gebracht. Aan deze traditie kwam in 1969 abrupt een einde, het jaar waarin de gevestigde orde in de toneelwereld onder vuur kwam te liggen door de Aktie Tomaat. De Gijsbrecht werd niet meer opgevoerd. Hooguit werden de bekendste regels uit het stuk Waar werd oprechter trouw. Dan tussen man en vrouw. Ter wereld ooit gevonden? af en toe nog aangehaald.

Voor regisseur Jaap Spijkers lag de lat voor de nieuwe première op 2 januari dus erg hoog. De belevingswereld van het hedendaagse publiek staat ver van de wereld af die Vondel (bedenker van het woord ‘schouwburg’) destijds schiep in navolging van Griekse en Romeinse voorbeelden. Hij schreef de tekst in lang doorlopende alexandrijnen en hield zich aan de eenheden van tijd, plaats en handeling die voor het klassieke toneel golden. Met als gevolg dat de werkelijke actie onzichtbaar blijft en slechts indirect overgebracht wordt door Gijsbrecht en binnenvallende boden.

Toen ik het stuk voor mijn literatuurlijst las, kostte dat me veel moeite en ik geloof niet dat de betekenis echt tot me doordrong. Het stuk gaat over Amsterdam in het begin van zijn bestaan. De ‘Waterlanders’ uit de omtrek hebben de stad een jaar lang uitgeput met hun belegering, maar lijken opeens vertrokken te zijn. In werkelijkheid gaat het om een list. Verstopt in een schip laten zij zich op slinkse wijze binnenhalen en in de kerstnacht ontheiligen zij de kerk en het nonnenkloosters. Gijsbrecht, die als graaf de stad moet beschermen, staat machteloos. Toch weigert hij te vluchten. Hij wil zich koste wat kost in de strijd storten, alle smeekbeden van zijn vrouw Badeloch ten spijt.

De literatuurgeschiedenissen interpreteerden Gijsbrechts houding vooral als buitengewoon heldhaftig en dienstbaar aan God. Als ‘beloning’ verschijnt aan het slot een engel die de roemrijke toekomst van Amsterdam voorspelt. Ongetwijfeld uit Vondel hiermee ook zijn liefde voor de stad waar zijn ouders zich als vluchtelingen na de val van Antwerpen hadden gevestigd.

In de nieuwe opvoering wordt de engel vervangen door de geest van een van de vrouwelijk slachtoffers uit het klooster. In haar boodschap roept zij op om het geweld te stoppen. Gijsbrechts verheven heldenmoed devalueert hiermee. Wordt hij niet gedreven door hoogmoed of blinde roekeloosheid? In een interview vergeleek Spijkers ‘zijn’ Gijsbrecht van Amstel met een voetbaltrainer die zich in een roes van behaalde successen overschreeuwt. Of, natuurlijk van een heel andere orde, met Gadaffi die zijn realiteitszin verliest. Een knappe ingreep die het stuk verrassend dichtbij brengt. Maar of Gijsbrecht zijn vaste plek weer terug zal veroveren in de Nederlandse toneeltraditie moet de tijd leren.