Een van de kopjes in de eindtermen van het domein burgerschap is ‘betalingsverkeer’
De cruciale handelingen die de cursist moet beheersen zijn:

Een bankrekening openen, Een bankrekening blokkeren, Geld pinnen bij een bank, Een rekening betalen met een betaalopdracht; Een machtiging geven aan de bank voor maandelijkse betalingen.

Ik vind deze eindtermen op een nogal onbeholpen manier tot uitdrukking brengen wat het wezen is van persoonlijke geldzaken. Ongeveer vergelijkbaar met: stel dat er een domein kleding zou bestaan. Dan worden de cruciale handelingen: veters strikken, rits dichtmaken, trui over het hoofd aantrekken, riem door de lusjes van de broek of rok halen.

Ik trek deze vergelijking niet om aan geven dat het bij deze cruciale handelingen om simpele dingen gaat. Wel omdat ik vind dat het inburgeringsexamen zo kritisch mogelijk gekeken moet worden of het over zaken gaat die begrip van en inzicht in de Nederlandse situatie geven. Iedereen zal het erover eens zijn dat een handeling als veters strikken daar bijvoorbeeld niet bijhoort. Wie inbrengt dat dit toch wel handig zou zijn voor iemand die in eigen land gewend was om op blote voeten te lopen, maakt zich schuldig aan een grove belediging aan het adres van alle nieuwkomers.  Waar het bij een onderwerp als kleding in een op Nederland toegespitste les wél om zou gaan zijn zaken als: wat te doen als mijn kinderen weigeren om met het foute merk sportschoenen naar school te gaan; wat trek ik aan naar een verjaardag en wat naar de bioscoop. Wat drukken stijlen uit zoals bijvoorbeeld gothic, punk en rock?

Bij geldzaken zou het in de les meer aan moeten komen op financieel beheer op het niveau van huishoudens. Ik ben ervan overtuigd dat het voor nieuwkomers heel moeilijk is om de Nederlandse gebruiken hierbij te doorzien. Hoe regelen partners in een relatie het beheer? Werken ze met een huishoudpot en zo ja, berust die dan op de rolverdeling man vrouw? Welke belangen worden er gehecht aan sparen en lenen? 
Het is een soort ijsberg waar Nederlandse huishoudens op drijven. Hoe maak je dat bespreekbaar.

Door de financiële crisis worden er tijdelijk stukjes van deze ijsberg doorgelicht. Ineens zien we hoe duizenden gezinnen de laatste jaren gehandeld hebben met hun spaargeld. Hoe komt het toch dat al die huizen te koop staan? Hoe veilig is geld op de bank? Hoe zit het met het crisisgevoel? Merk je straks iets aan de sinterklaas- en kerstinkopen? 
De opmerkelijke ontwikkelingen rond banken van de laatste tijd bieden uitgelezen kansen om iets zichtbaar te maken van de onzichtbare ‘logica’ van het financiële reilen en zeilen van Nederlandse huishoudens. Je kunt de cursisten eens laten gniffelen en je hoeft niet al te persoonlijk te worden. Want daarmee moet je toch altijd uitkijken bij praten over geld in de klas.