woordenlijst-hongaars.jpg

Aan de wand van mijn lokaal hier in Hongarije heb ik een groot vel opgehangen met een overzicht van de vervoegingen van de werkwoorden ‘hebben’ en ‘zijn’. Maar wat doe je als een cursist die dit rijtje foutloos kan opdreunen opeens zegt: ‘Jullie zijn een fiets’ en maar niet begrijpt waarom het ‘Jullie hebben een fiets’  moet zijn.

Dit probleem komt voort uit het feit dat het Hongaars het werkwoord ‘hebben’ niet kent, weet ik nu. De bezitsrelatie wordt weergegeven door een  voor ons gevoel ‘omgekeerde’ constructie, letterlijk: ‘Een fiets is die van  mij.’  Ik hoor mijn cursisten vaak verzuchten dat ze in het Nederlands alles ‘achterstevoren’ moet zeggen. Het gevoel is dus wederzijds. De woordvolgorde in het Hongaars wordt bepaald door de belangrijkheid van de zinsdelen, zoals je zegt: ‘In Amsterdam woon ik’ om de nadruk op Amsterdam te leggen wat in het Nederlands nogal geforceerd klinkt. Door de volgorde die bepaald wordt door belangrijkheid van informatie in de zinsdelen, heeft het werkwoord vaak de neiging om naar achteren te verschuiven. Terwijl volgens de grammaticale regels van het Nederlands ‘het gezegde’ op de tweede positie te vinden is, in het eerste deel van de zin dus. 

Dat het Hongaars niet bij andere talen aansluit merk ik ook aan het idioom. De gangbare internationale termen waarmee je bij beginnerslessen NT2 altijd wel uit de voeten kunt, werken hier niet. Woorden als ‘politie’ of ‘apotheek’ werken niet als ‘lingua franca’. Er is geen enkele verwantschap met het Hongaarse ‘rendőrség’ respectievelijk ‘gyógysozertár’. Hetzelfde geldt voor ‘paspoort’, ‘termperatuur’, ‘informatie’, ‘computer’, ‘bibliotheek’, ‘bioscoop’, ‘muziek’ en ‘naam’ in het Hongaars. Vergeet het maar om hiermee aanknopingspunten te zoeken. Sterker nog: zelfs het gebruik van de woorden ‘Hongarije’ en ‘Hongaars’ wordt beantwoord door niet-begrijpende blikken, waar ik op mijn beurt bij mijn eerste lessen bijna radeloos van werd. Pas na vier weken cursus drongen de woord ‘Magyarország’ en ‘Magyarul’ tot me door, Hongaars voor respectievelijk ‘Hongarije’ en ‘Hongaars’. Hierin zit de naam van de steppenvolken die rond het jaar 1000 na Christus vanuit het oosten hier terecht kwamen. (En als je weet dat ‘ország’ voor ‘land’ staat, is het weer heel grappig om woorden als ‘Török-ország’, ‘Spanyol-ország’ en ‘Horvath-ország’ te kunnen doorgronden. Het laatste staat voor Kroatië).

Als ‘uitspraakles’ laat ik vaak hardop de ‘tafels’ van een tot tien opzeggen. De cursisten vinden dit erg leuk. Ook voor de getallen geldt voor hun dat wij ze in het Nederlands ‘andersom’ zeggen, maar daar is elke NT2-docent wel aan gewend. Toen de eerste drie tafels er bij de cursisten redelijk uitkwamen, was het natuurlijk mijn beurt om de tafel van twee in het Hongaars op te zeggen. Tot twintig tellen kon ik inmiddels wel. Het was dus alleen nog een kwestie van de Hongaarse woorden voor X en = dacht ik. Een welwillende cursist schreef de eerste voor me op het bord: 1 szer 2 egyenlő 2. Ik vervolgde dus: 2 szer 2 egyenlő 4. Goed! Nummer drie: 3 szer 2 egyenlő 6. Fout! Waarom? Het was ‘szor’ in plaats van ‘szer’. En zo was het bij 5×3 ook geen ‘szer’ maar ‘ször’.  Hier deed zich een verschijnsel voor dat ‘vocaalharmonie’ genoemd wordt. De verandering van ‘e’ tot ‘o’ en ‘ö’ gebeurt onder invloed van klanken in het voorafgaande woord, in het geval van de tafel van twee dus na ‘három’ (drie) en ‘öt’ (vijf). Hierover de volgende keer meer.