Het kan niemand zijn ontgaan dat afgelopen vrijdag 10 oktober de jaarlijkse Week van de Geschiedenis is begonnen. In kranten en op radio en televisie wordt hier al weken aandacht aan besteed.

Geschiedenis werd als ‘vaderlandse geschiedenis’ in 1878 een verplicht vak op de lagere school. In die tijd was er blijkbaar behoefte om het natiebegrip gestalte te geven vanuit de geschiedenis. Gemeenschappelijk historisch besef werd van belang geacht. De verzuiling speelde hierbij een rol: verschillende bevolkingsgroepen zagen het verleden vanuit uiteenlopend perspectief. Zo kenden katholieken en protestanten ieder een eigen waardering toe aan dezelfde wapenfeiten uit de Tachtigjarige Oorlog. Dat leek niet bevorderlijk voor de Nederlandse identiteit.

In de volgende eeuw, rond de zestiger jaren, stond men op de drempel van een geheel nieuwe samenleving. Het was de tijd van ontzuiling (het verschil tussen duidelijk afgebakende bevolkingsgroepen viel weg) en secularisatie (het geloof werd een steeds minder belangrijk onderdeel van de samenleving). Het vak geschiedenis werd grotendeels vervangen door maatschappijleer: wereldburgerschap stond hoog in het vaandel.

Inmiddels staat de vaderlandse geschiedenis weer volop in de belangstelling. Voor een deel heeft dat te maken met de verdwenen idealen vanuit de jaren zestig. Maar ook internationale ontwikkelingen spelen een rol. Aan het einde van de Koude Oorlog bleek de samenleving onomkeerbaar en onherstelbaar veranderd. De Europese eenwording leidde tot verlies van de nationale zelfstandigheid. Opnieuw blijkt het tijd voor herbezinning op het nationale verleden. De hele samenleving lijkt zich momenteel bezig te houden met de vraag naar de Nederlandse identiteit! Het geschiedenisonderwijs moet worden verbeterd, er is een geschiedeniscanon verplicht gesteld, er komt een Nationaal Historisch Museum en historisch erfstukgoed wordt beter bewaard.

In Nederland wordt het falende onderwijs als schuldige aangewezen voor de onwetendheid op het gebied van geschiedenis. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat wereldwijd de kennis van het historisch verleden bedroevend is. Geschiedenis sluit blijkbaar niet of nauwelijks aan bij het ‘gewone leven’. Of een jaarlijks terugkerende Week van de Geschiedenis hierin verandering kan brengen, is zeer de vraag.

Echter, voor degenen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van Nederland is er de komende periode een ruim aanbod. Zondag 12 oktober a.s. beginnen de tv-series ‘Nederland in twaalf moorden’ en ‘Verleden van Nederland’, op zaterdag 18 oktober a.s. wordt in Krasnapolski Amsterdam de ‘Nacht van de Geschiedenis’ georganiseerd en op zondag 23 november a.s. wordt de tv-serie ‘In Europa’ naar het boek van Geert Mak hervat. Daarnaast zal via lezingen, projecten, tentoonstellingen en activiteiten het komende jaar ruimschoots aandacht worden besteed aan het Nederlandse verleden.

Websites waarop dit allemaal te vinden is, zijn www.weekvandegeschiedenis.nl en www.geschiedenis/vpro.nl.