vlag
Veel nationale vlaggen bestaan uit drie horizontale banen in drie kleuren. De Nederlandse driekleur is dit een combinatie van rood, wit en blauw. Een mooie combinatie maar waarom komt oranje er niet in voor, terwijl juist die kleur zo met Nederland verbonden is?
Als de geschiedenis een klein beetje anders verlopen zou zijn, was onze vlag inderdaad oranje, wit en blauw geweest. Bij de Unie van Utrecht in 1579 werd namelijk aanvankelijk ook voor deze combinatie gekozen. Dit waren de kleuren van de ‘princevlag’ die bij Willem van Oranje hoorde. Dit ‘orange – blanje – bleu’ werd voor het eerst gevoerd door de Watergeuzen bij de inname van Den Briel. Later was het de vlag van de oorlogsschepen van de republiek.
Rond 1650 werd het oranje vervangen door rood. Een van de verklaringen hiervoor is dat schepen liever voor rood kozen omdat dit op zee beter zichtbaar was. Het verdwijnen van het oranje paste ook bij de politieke kleurveranderingen in de tijd. Toen stadhouder Willem II in 1650 overleed, kwamen er lange tijd geen Oranjes meer aan de macht. De rood – wit – blauwe vlag, die al bestond als Hollandse vlag of statenvlag werd door Johan de Witt tot vlag van de republiek verheven.
Het rood – wit – blauw hield in latere eeuwen stand. Ten tijde van de Bataafse Republiek werd er in het rood een wit vierkantje aangebracht met de afbeelding van de Nederlandse maagd met een leeuw. Lodewijk Napoleon haalde dit ornament weer weg toen Nederland een koninkrijk werd onder zijn heerschappij. Toen Nederland kort daarop bij het Franse Keizerrijk werd ingelijfd werd de Nederlandse vlag vervangen door de Franse vlag.
Toen na de Franse tijd koning Willem I de Nederlandse vorst werd, koos hij voor het rood – wit – blauw. Maar om tegelijk toch een plekje in te ruimen voor de naam van zijn dynastie, werd de oranje wimpel bedacht die samen met de vlag gehesen kan worden. Dit gebruik hoort nog steeds bij feestelijke gelegenheden die rechtstreeks betrekking hebben op het koningshuis.
De oorspronkelijke prinsenvlag als symbool van de Nederlandse vrijheidsstrijd is nooit helemaal uit beeld geraakt. Ongelukkigerwijs raakte hij echter in diskrediet toen Mussert en zijn NSB in de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog pogingen deden om er weer de nationale vlag van te maken. Het was koningin Wilhelmina persoonlijk die hiertegen in het geweer kwam. Tijdens haar wintersportvakantie in Zell am See ondertekende zij het kortste Koninklijke Besluit uit de Nederlandse geschiedenis. De volledige tekst van dit besluit luidde: ‘De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit een blauw.’
Tijdens de Bezetting van 1940 tot 1945 zijn de Duitsers nooit zo ver gegaan om het rood – wit – blauw geheel te verbieden maar er mocht slechts beperkt gebruik van gemaakt worden. Bij de Bevrijding kwam het rood – wit – blauw natuurlijk weer van overal tevoorschijn.
In 1958 werden de namen van de drie kleuren van de Nederlandse vlag officieel vastgelegd als helder vermiljoen, helder wit en kobaltblauw.
Nederland heeft ook een Vlaggenprotocol. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen uitgebreid en beperkt vlaggen. Uitgebreid vlaggen betekent dat alle rijksgebouwen de vlag hijsen. Bij beperkt vlaggen gebeurt dit alleen bij de gebouwen die hiervoor zijn aangewezen, zoals de hoofdgebouwen van de ministeries. Er zijn ruim dertig dagen aangewezen waarop gevlagd mag worden, waarvan de meeste verjaardagen van leden van de koninklijke familie betreffen.
Het Vlaggenprotocol geeft burgers ook de ruimte om ‘correct te vlaggen’ bij bijzondere gebeurtenissen in de privésfeer, zoals bij het slagen voor een examen en jubilea. Niet alle vlaggen die in Nederlandse bergruimtes liggen opgeslagen zullen precies opgevouwen zijn volgens de geldende voorschriften. Wie in dit opzicht geen risico wil nemen, doet er verstandig aan om https://www.vlaggen.nl/vlaggenprotocol te raadplegen.