Minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken is met het idee gekomen om de Nederlandse Grondwet leesbaarder te maken. De artikelen zouden aangepast moeten worden aan deze tijd en ingeluid moeten worden met een wervende preambule. De opgefriste Grondwet zou vervolgens ingezet kunnen worden voor educatieve en instructieve doeleinden en een bindende functie vervullen.
Ik zie wel iets in het idee om in het onderwijs stil te staan bij de structuur en de inhoud van de Grondwet, maar het lijkt me onzin om de tekst van de Grondwet tot ‘lesmethode burgerschap’ te willen omwerken. Burgerschapslessen gaan uit van de alledaagse werkelijkheid, van de houding die mensen tegenover elkaar kunnen aannemen in allerlei situaties. De Grondwet heeft geen betrekking op deze ‘horizontale relaties’, maar beperkt zich uitsluitend tot de ‘verticale’ verhouding tussen overheid en burgers, die natuurlijk in het onderwijs ook aandacht toekomt.
De relatie tussen overheid en burgers kent een ontwikkelingsgeschiedenis die zeer de moeite waard om in klassen met scholieren of nieuwkomers te bespreken. Bij die bespreking kun je stukjes Grondwet ‘laten zien’. Kijk: daar ging het over vrouwenkiesrecht; daar over de ministeriële verantwoordelijkheid, daar over onderwijsvrijheid en daar over bescherming van persoonsgegevens! De formulering maakt veel artikelen moeilijk leesbaar en het geheel tot een lappendeken. Maar laat nou juist dit niet de strijd zien die de generaties vóór ons gevoerd hebben om hun ‘ding’ in de Grondwet opgenomen te krijgen? Een hertaalde Grondwet zou op mij overkomen als een replica van een verdwenen gebouw of schilderij.