daklozendag.jpg 

Afgelopen woensdag hield de Protestantse Diaconie van Amsterdam de jaarlijkse Daklozendag. Sinds drie jaar is deze organisatie gevestigd in de Corvershof aan de Nieuwe Herengracht, een gebouw vlak naast het museum Hermitage. De Diaconie beschikt daar over een grote binnentuin, een oase van rust voor zover dat mogelijk is op een steenworp afstand van de Wibautstraat. Via een draaihekje is deze tuin vrij toegankelijk. Het vrijstaande, voormalige knekelhuisje is tegenwoordig ingericht als kleine ontmoetingsruimte waar daklozen dagelijks terecht kunnen voor allerlei georganiseerde activiteiten. Zoals meditatie, de filosofiekring of elke vrijdag een repetitie van het daklozenzangkoor ‘De Straatklinkers’.

Tijdens de Daklozendag verandert de tuin in een festivalterrein met een podium, kramen, tenten en zitjes. Er wordt gedanst, gepraat, geknutseld, gegeten en gedronken. Voor de ‘verdieping’ zijn er debatten en dialogen rond het thema dat speciaal voor de dag gekozen is.

Dit jaar was dat ‘Geef me de ruimte’, over de openbare ruimte die mensen in de stad dagelijks met elkaar delen. Het is een gegeven dat daklozen voor hun dagelijks leven afhankelijk zijn van de mogelijkheden die de openbare ruimte hen biedt. Of in hun geval de mogelijkheden die hen ontnomen worden door plaatselijke verordeningen over slapen, alcoholgebruik, samenscholen en doelloos rondhangen met bijbehorend boetebeleid.

Ter gelegenheid van de Daklozendag 2009 heeft de Protestantse Diaconie een boekje ‘Eindelijk ruimte’ uitgebracht waarin gepleit wordt voor een daklozencamping in Amsterdam. Dit idee haalde afgelopen week de landelijke televisie, radio en kranten. Het zou gaan om een kleine camping voor mensen die zich niet kunnen aanpassen aan de reguliere opvang van daklozenpensions of begeleid wonen. In de reacties werden de bezwaren en nadelen van zo’n camping gesignaleerd maar het idee werd niet als onuitvoerbaar van de hand gewezen. Wellicht komt dit doordat het boekje ‘Eindelijk ruimte’ de speciale groep daklozen om wie het gaat een gezicht geeft. Rob Bril, Yousef en Saskia zijn gedreven, kunstzinnige en levenswijze Amsterdammers die het gemeenschapsleven in de vrije natuur verkiezen boven de anonimiteit tussen stenen muren. Het gemak van verwarming, stromend water en andere nutsvoorzieningen in ‘normale huizen’ tast de inventiviteit van mensen aan, is hun opvatting. De nadelen van verslavingszorg, medicijngebruik of crisisopvang kennen zij aan den lijve. Als je hun verhaal leest, krijg je respect voor hun levenswijze. Het is het gevoel dat miljoenen stadsbewoners de komende tijd weer hopen te vinden in bossen en bergen, langs kusten en rivieren. Televisieprogramma’s waarin normale mensen de meest extreme uitdagingen aangaan, zijn mateloos populair. Waarom zou dit idee van de Protestantse Diaconie van Amsterdam geen eerlijke kans verdienen?