vajdahunyad

Voorafgaand aan mijn terugkeer naar Nederland kwam ik afgelopen zondag in het Stadspark van Boedapest terecht. Nu de grote drommen buitenlandse toeristen weer vertrokken zijn, lijkt het of de bevolking zelf de openbare ruimte weer in bezit neemt. Rond het Heldenplein was een ring van zand aangebracht voor nationale paardenraces. In het Stadspark achter het plein stonden lange rijen eettafels waar het publiek zich te goed kon doen aan knalrode goulash die in enorme ketels werd klaargemaakt.
Ik wilde ook de ijsbaan wel eens zien die ergens tussen het Heldenplein en het Stadspark moest liggen en waarop eens in de zoveel jaar het Europees Kampioenschap schaatsen wordt verreden. Op de plattegrond van Boedapest is deze ijsbaan als vijver aangegeven. ’s Zomers kun je er roeibootjes huren om te spelevaren. Nu lag er een enorme betonplaat waarop de deelnemers aan de nationale paardenraces hun wagens hadden geparkeerd en waar zij zich opmaakten voor hun races.
Van de schaatswedstrijden op de televisie herinnerde ik me het decor van paleisachtige gebouwen en het sprookjesachtig verlichte kasteel net achter de ijsbaan. Dit Vajdahunyad-kasteel is de kopie van een kasteel in Transsylvanië in het tegenwoordige Roemenië. Ik kon zo naar binnen lopen want hier is het grootste agrarische museum van Europa gevestigd.
De entree is een pompeuze hal met wanden die van onder tot boven vol hangen met geweien en opgezette jachttrofeeën. De collectie van het museum zelf daarentegen ademt soberheid. Geen pompeuze standbeelden van koningen, veldheren en dichters. Daarentegen wel vele ouderwetse foto’s van herders, veedrijvers en landarbeiders die in hun leven misschien maar één keer gefotografeerd zijn.
Er was een speciaal plekje ingeruimd ter ere van ene Károly Balío (1940-2009), een eenvoudige herdersjongen die zich verdienstelijk had gemaakt voor zijn beroepsgroep door in zijn vrije tijd schaapsbellen uit te vinden met verschillende tonen waardoor je schapen op afstand beter kunt onderscheiden. Van de veertien bellen die hij bedacht had, was een soort carillon gemaakt, een leuke attractie voor kinderen.
Veel aandacht is er ook voor de ontwikkeling van allerlei handgereedschap. In Hongaars, Engels en Duits wordt uitgelegd hoe duizenden jaren geleden al in het Karpatenbekken ijzererts gewonnen werd door grond te zeven. Ook zie je hoe Hongarije in de 16e eeuw belangrijk was voor de voorziening van vlees en wijn in heel Europa. Als je je een idee wilt vormen van het plattelandskarakter van Hongarije is dit museum een prima opstap. En wellicht ook om meer van de positie van Hongarije binnen de Europese Unie te begrijpen.