Cromhouthuizen

Aan de Amsterdamse Herengracht, bij de Gouden Bocht, staan vier grachtenpanden die één blok vormen met vier gevels in dezelfde stijl. Het verschil is alleen de twee rechtse huizen aanzienlijk groter zijn dan de twee linkse. Dit geeft een merkwaardig visueel effect als je ervoor staat, temeer omdat bij de classicistische stijl waarin ze gebouwd zijn symmetrie hoort. Achter die asymmetrische bouw zit een verhaal dat doet denken aan Thomas Rosenbooms Publieke Werken over de totstand koming van het Amsterdamse Victoriahotel.
De vier panden aan de Herengracht 364 tot 370 staan bekend als De Cromhouthuizen. Ze zijn tussen 1660 en 1662 gebouwd in opdracht van de koopman Jacob Cromhout uit een familie die door grondspeculatie een groot vermogen vergaard. Vijfenveertig jaar eerder had zijn vader stukken grond aan de pas gegraven Herengracht gekocht om er een lusthof aan te leggen. Jacob vatte het plan op om er een stadspaleis te bouwen maar het probleem was dat de houtkoper Kerfbijl midden op Cromhouts perceel een stuk grond in eigendom had dat hij weigerde te verkopen. Architect Pieter Vingboons moest óm het bedrijf van Kerfbijl heen bouwen. Pas toen de tekeningen zo goed als uitgewerkt waren, bood Kerfbijl zijn grond aan Cromhout te koop aan. Het was te laat om alles opnieuw te tekenen. Wel kon er nog een kleiner huis worden ingepast.
De Cromhouthuizen zijn tegenwoordig als museum ingericht. In de ruimten op de begane grond en de eerste verdieping wordt is te zien hoe welgestelde Amsterdammers vroeger leefden en hoe zijn hun grachtenpanden hadden ingericht. Er is nog een keuken bewaard gebleven in de oorspronkelijke staat met broodovens, tegelwerk, Keulse potten en allerhande keukengerei. Ik bezocht het museum op een mooie zomerse dag en verbaasde me erover hoe donker het er was vergeleken met een hedendaagse keuken.
Het hele museum De Cromhouthuizen is verder ingericht met verzamelingen. Rijke zeventiende-eeuwers hadden een fascinatie voor vreemde voorwerpen (rariteiten). Alles dat door de natuur werd voortgebracht, heette ‘naturalia’ en alles wat door mensenhanden gemaakt was ‘artefacten’. Deze werden binnenshuis tentoongesteld en om ze zo mooi mogelijk uit te laten komen werden er uitstalkasten op maat gemaakt, zogeheten rariteitenkabinetten die in allerlei soorten in de Cromhouthuizen te zien zijn.
De Cromhouthuizen zijn tegenwoordig vooral bekend als het Bijbels Museum waarvoor verschillende verdiepingen zijn ingericht. In 1887 heeft het Bijbels Genootschap twee van de panden gekocht. Dominee Leendert Schouten werd de beheerder. Hij verzamelde voorwerpen die verhalen en gebeurtenissen uit de bijbel illustreerden. Bijvoorbeeld maquettes van de Tabernakel en de tempel van Jeruzalem. In de tuin zette hij bomen die in de bijbel voorkomen, zoals een judasboom en een vijgenboom.
Het Bijbels Museum in de huidige staat dateert van 1975. Behalve de erfenis van Leendert Schouten zijn er portretten van vrouwelijke dominees te zien met hun bijzondere verhalen. In vitrines is een grote verzameling kerkboeken uitgestald. (Voor degenen die met eigen ogen willen zien wat een boek vol zilverwerk is). Leuk en soms heel verrassend is de verzameling spreekwoorden en gezegden die aan de bijbel ontleend zijn, waarvan hier enkele voorbeelden. Een aanfluiting. Bij de pakken neerzitten. Een lust voor het oog. Een man naar mijn hart.
Een beetje verwarrend alleen vind ik dat voor toeristen die speciaal in grachtenhuizen in hun oorspronkelijke staat geïnteresseerd zijn het Bijbels Museum de perfecte plek is om heen te gaan, ook al vermelden de toeristische gidsen dit wel. Ik heb met veel genoegen een ochtend in de Cromhouthuizen doorgebracht om zowel de bijbelse als de profane kant te bekijken en ik kan iedereen aanraden hetzelfde te doen.