Donderdag zijn de coalitiefracties in de Tweede Kamer het erover eens geworden dat de AOW-leeftijd met twee jaar omhoog gaat naar 67 jaar. Decennialang was de vijfenzestigste verjaardag voor elke Nederlander een begrip: de ‘vijfenzestigplusser’ had zijn of haar werktaak  erop zitten en kon de rest van zijn of haar leven genieten van een heel behoorlijk staatspensioen. Zelfs koningin Beatrix krijgt sinds haar vijfenzestigste verjaardag AOW.

Al lange tijd was het duidelijk dat de pensioengerechtigde leeftijd van ‘65’ onhoudbaar is en op den duur naar ‘67’ zal gaan. De vraag was vooral op welke manier de verhoging doorgevoerd moet worden. Daarover lijkt nu duidelijkheid te zijn. Degenen die vóór 1 januari aanstaande 55 jaar worden, vallen onder de oude situatie. Zij mogen nog als ‘vijfenzestigplusser’ met pensioen.

De voorgestelde uitvoering stuit op kritiek en roept veel vraagtekens op. Waarom worden de 55-plussers van nu ontzien? Volgens minister Bos is dat om degenen die dichtbij hun pensioen zitten de gelegenheid te geven aan het idee te wennen. Maar zou het dan niet redelijk zijn om daar ook de 55-plussers bij te betrekken?

Verder vindt het kabinet dat ouderen met een zwaar beroep ontzien moeten worden. De oplossing die hiervoor bedacht is, doet niet erg realistisch aan. Mensen met een zwaar beroep gaan niet eerder met pensioen maar hun werkgevers krijgen de plicht om hen naarmate zij ouder worden lichter werk aan te bieden. Hoe zij dat precies moeten doen is niet de zaak van de overheid.

Door dit plan worden werkgevers en werknemers in een vervelende positie gemanoeuvreerd. De flexibiliteit van de arbeidsmarkt verdwijnt. De mogelijkheid voor om nog eens van baan te verwisselen zal voor de oudste werknemers wegvallen. Voor de anderen zullen de beperkingen al heel jong voelbaar worden.

Om het plan uit te voeren zal de overheid zich ook uit moeten spreken over de vraag wat precies een zwaar beroep is. De minister ontweek deze vraag niet geheel maar kwam inderdaad met een lijstje voorbeelden. Maar de tijd dat iemand zijn leven lang onderwijzer, stratenmaker, boekhouder of metselaar was, ligt achter ons. Onder de generaties waarvoor de regeling gaat gelden is het meer gewoonte dan uitzondering om elke paar jaar iets anders te gaan doen.

Dat het nog tien jaar duurt voordat de verhoging pas echt ingaat, houdt in dat er nog verschillende kabinetten komen die aan dit besluit zullen sleutelen. Zo bezien lijkt de kans klein dat het besluit die donderdag door dit kabinet is genomen, op deze manier in 2020 werkelijkheid zal worden. Of misschien is de verhoging zelfs al dichterbij?