Deze week werd ik attent gemaakt op het boek: Leren & Waarderen, een model voor competentieontwikkelend leren van Cor Laming.

Voor wie regelmatig te maken heeft met de nieuwe aanpak van leren en examineren op basis van het ontwikkelen van competenties biedt dit boek een helder overzicht. Alle gebruikte termen zijn goed gedefinieerd en overzichtelijk naast en tegenover elkaar geplaatst in schema’s. Dit alles is toegesneden op het moderne beroepsonderwijs maar ook als je het als NT2’er of inburgeringsdeskundige leest besef je hoeveel elementen het inburgeringsexamen gemeenschappelijk heeft met het beroepsonderwijs: assessments, portfolio’s, panelgesprekken.

In de inleiding maakt Laming duidelijk wat de grote omslag in de moderne maatschappij is waarin de beroepsvoorbereiding mee moet gaan: ‘Wij hebben ons ontwikkeld van een aanbodgerichte productcultuur naar een vraaggestuurde dienstenmaatschappij.’ Vroeger stapte iemand als metselaar, arts of boekhouder de maatschappij in. Duidelijk was wat zo iemand moest kunnen. Tegenwoordig vraagt de maatschappij om mensen die bepaalde taken kunnen volbrengen. Vakkennis is slechts een deel van de vaardigheden die daarvoor nodig zijn. En met elke taak waar je aan werkt, bouw je weer nieuwe vaardigheden (competenties) op. Een leven lang leren dus.

Toen ik het boek las begreep ik ook hoe er door het nieuwe model taken en verantwoordelijkheden zijn ontstaan bij de begeleiding van leerlingen: naast de vertrouwde vakdocent zijn dit de mentor, de leercoach, de examinator / assessor, de productontwikkelaar en de BPV-praktijkbegeleider. BPV staat voor beroepspraktijkvorming, het bedrijfsleven zelf  is ook verlengstuk geworden van de school.

Natuurlijk vraag je je af of het bij als deze veranderingen niet slechts gaat om nieuwe wijn in oude zakken. Ook vroeger werd heus wel ingezien dat vakkennis ontwikkeld werd door confrontatie met situaties die om oplossingen vroegen: ‘de praktijk is de beste leermeester’.  

Maar dat was een opvatting die je vooral buiten de schoolmuren hoorde. Maar de manier waarop nu het onderwijs zelf de scheiding tussen theorie en praktijk doorbreekt, lijkt me echt nieuw.