rmo-advies.jpg 

De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) heeft in een adviesbrief op eigen initiatief Gerd Leers, demissionair minister voor Immigratie en Asiel, geadviseerd om de overheid geen gebruik meer te laten maken van ‘allochtoon’, ‘autochtoon’, ‘westerse allochtoon’ en ‘niet westerse allochtoon’. De Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) hanteert deze termen om de Nederlandse bevolking in te delen naar etniciteit. Over een half jaar gaan de Gemeentelijke Basisadministraties (GBA’s) op in een nieuw landelijk register, de Basisregistratie Personen (BRP). De RMO wil daar alvast op inhaken.

Dat de term ‘allochtoon’ vooral stigmatiserend werkt, is geen nieuw geluid. Burgemeester Eberhard van der Laan bijvoorbeeld stelde als minister al voor om hiervoor in de plaats het begrip ‘nieuwe Nederlander’ te gebruiken. Dit zou meer toekomstgericht zijn dan ‘allochtoon’ dat achteruit kijkt naar iemands afkomst. Op mij kwam zijn voorstel over als zoeken naar een eufemisme. (Als je iets met vriendelijkere woorden benoemt, lijkt het meteen minder vervelend).

Uit de brief aan Leers blijkt dat de RMO meer beoogt dan het afschaffen van een vervelend klinkende term. De Raad constateert dat het integratiebeleid in de afgelopen tien jaar van karakter is veranderd. Dit is niet langer gericht op de positie van culturele minderheden maar afgestemd op nieuwe scheidslijnen die zich aftekenen binnen de samenleving. Mensen die uit de boot dreigen te vallen vanwege bijvoorbeeld hun woonsituatie of het onderwijs dat zij missen krijgen extra aandacht. Het afkomstcriterium is geen criterium meer voor het uitstippelen van nieuw integratiebeleid. De korte interviews met HBO-studenten die het NOS journaal naar aanleiding van de brief van de RMO uitzond, illustreerden dit. Studenten met een Turkse en Marokkaanse achtergrond zagen niet in waarom zij niet gewoon als Nederlanders beschouwd konden worden en wisten geen reden te bedenken waarom zij formeel als ‘allochtoon’ geregistreerd stonden. Want hier gaat het om. Of iemands ouders al dan niet in Nederland geboren zijn, is bepalend voor iemands ‘allochtoon’ of ‘autochtoon’ zijn. Bij ‘allochtonen’ wordt voorts gekeken in welk werelddeel het land ligt waar de ouders geboren zijn. Daaruit rolt dan weer het onderscheid tussen ‘westerse’ en ‘niet-westerse’. Ter illustratie maakt de RMO een rondje langs het koningshuis. Prinses Máxima en prinses Amalia: niet westerse allochtoon. Koningin Beatrix en prins Willem Alexander: westerse allochtoon.

Wil de Raad dat de begrippen allochtoon en autochtoon door niemand meer gebruikt mogen worden? Nee, zover gaat zijn advies niet. Journalisten, wetenschappers en publicisten zijn hier vrij in. Het enige wat de RMO bepleit, is afschaffing van deze termen voor officiële registratie door de overheid.

Komt de RMO met een alternatief?

Ja, vanaf nu zou in de registers wel tot uiting moeten komen of de geregistreerde persoon zélf in Nederland geboren is of in een ander land. En uiteraard of hij of zij de Nederlandse nationaliteit heeft.

De strekking van het advies is dus dat naar de persoon zelf gekeken wordt in plaats van naar de ouders. Waarschijnlijk heeft Van der Laan hetzelfde gevoeld met de benaming ‘nieuwe Nederlanders.’

Overigens heeft Gerd Leers al aangegeven dat hij het advies niet over zal nemen. De vraag is of hij ertegen is of dat hij vindt dat hij hier als demissionair minister niet meer over gaat. Een controversieel onderwerp heet het dan met een mooi woord. En dat is het.