adventshuisje

De decembermaand is begonnen en daarmee ook de aanloop naar kerst met alle bijbehorende attributen. Van de ongeschreven regel om hiermee te wachten tot na Sinterklaas trekken steeds minder mensen zich nog iets aan en zeker de commercie niet. En zo viel mijn oog vorige week op reclame voor krasloten die rechtstreeks zijn ontleend aan het adventshuisje. De bedoeling is dat de koper gedurende de maand december elke dag één vakje open krast, waarbij een symbool verschijnt. Komt hetzelfde symbool gedurende de maand drie of meer keer tevoorschijn, dan heb je een prijs.
In christelijke kerken betekent advent de periode voor kerstmis, gerekend in vier zondagen, dus ongeveer vanaf 1 december. In mijn herinnering zie ik nog het sprookjesachtig getekende kartonnen huisje met 24 luikjes en daarachter kleine afbeeldingen die iets te maken hadden met kerstmis. Elke avond maakte je er een open. Op kerstavond was het laatste deurtje aan de beurt, dat veel groter en opvallender was dan de andere drieëntwintig. Als ik me niet vergis, zat daarachter de kerstkribbe die zodoende klaarstond voor Jezus’ geboorte.
Als je op internet naar adventshuisjes zoekt, verschijnen er tientallen afbeeldingen van creatief bedachte en in elkaar geknutselde bouwwerkjes met als overeenkomst de 24 luikjes of deurtjes. Het religieuze aspect is op een enkele uitzondering na naar de achtergrond verdrongen.

Het aftellen van de dagen voor kerstmis is een gebruik dat veel ouder is dan het adventshuisje of de adventskalender. In de katholieke kerk bestond ooit de traditie om elke dag een strohalm in een kerstkribbe te leggen. Uit Scandinavië komt het gebruik om een kaars met verschillende markeringen stukje voor stukje op te branden. En dan is er natuurlijk nog steeds de adventskrans met vier kaarsen die op de vier adventszondagen worden aangestoken. Het adventshuisje dook ongeveer 150 jaar geleden op in de Duits lutherse kerk. Onder andere Thomas Mann verwijst ernaar in zijn roman Die Buddenbrooks uit 1869.
Aanvankelijk waren adventskalenders een product van huisvlijt in Oostenrijk en Duitsland. Pas aan het begin van de twintigste eeuw werden de eerste adventskalenders op grote schaal gedrukt. De bedenker hiervan was Gerhard Lang uit München die in 1908 een adventskalender uitbracht in de vorm van een papieren wijzerplaat. Later ontwierp hij een huisje met raampjes waar kinderen uitgeknipte plaatjes op moesten plakken. In 1920 kwam het eerste adventshuisje met deurtjes uit.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerden de nazi’s de religieuze symbolen van de adventskalender door Germaanse te vervangen maar tot grote oplagen kwam het niet. Na 1945 won de adventskalender snel aan populariteit, niet alleen in Duitsland en Oostenrijk, maar ook daarbuiten. Er kwamen adventskalenders in de handel met hokjes achter de deurtjes waarin snoepgoed en kleine cadeautjes met speciale betekenis verstopt konden worden. Er kwam een kant en klare chocoladekalender.
En zo heeft de commercie het van de christelijke traditie overgenomen. Ook in Nederland wordt met adventskalenders geadverteerd door winkelketens en speelgoedmerken van Duitse origine. Duitse steden met een kerstmarkt steken elkaar naar de kroon door de grootste, mooiste of anderszins bijzondere adventskalender tentoon te stellen. De laatste ontwikkeling is dat de gevels van oude raadhuizen tot adventskalender worden omgetoverd. Tot het stadhuis van Wenen aan toe.