aap

De laatste tijd groeit de belangstelling voor mijn alfabetiseringsmethode AAP. Uitgeverij Boom heeft een training ontwikkeld voor docenten die AAP willen gebruiken en via de website van de uitgever kan extra materiaal worden gedownload. Afgelopen week heb ik twee van deze trainingen bijgewoond.
Ik ontwikkelde AAP in 2005 omdat er behoefte was aan een nieuwe alfabetiseringsmethode voor het volwassenenonderwijs. Ik observeerde alfabetiseringslessen aan volwassenen en verdiepte me in het materiaal dat daarbij gebruikt werd. Volwassen alfabetiseerders vormden een zeer heterogene groep: van Nederlanders die in het onderwijs gestrand waren tot vreemdelingen die alleen hun moedertaal spraken zonder daarin ooit geschoold te zijn.
AAP is een methode waarmee niet-Nederlandstaligen in het Nederlands gealfabetiseerd kunnen worden. Alfabetiseren kan in elke taal die met het latijnse schrift geschreven wordt. Het principe is steeds hetzelfde. Als je bijvoorbeeld in het Portugees gealfabetiseerd bent, kun je dit vervolgens toepassen bij het leren van Engels, Duits, Nederlands of Frans. Voor het alfabetiseren is de moedertaal het meest geschikt, de taal die je begrijpt en waarvan de klanken in je gehoor verankerd liggen. Bij lessen aan anderstaligen wordt AAP dus gebruikt in een situatie die niet optimaal is.
Het Nederlands kent 43 klanken waarvan er een aantal vreemd voorkomt aan anderstaligen. Voor iemand die zich laat alfabetiseren in het Nederlands is het van het grootste belang dat hij zich goed bewust is van alle spraakklanken. Zonder deze basis valt de systematiek van de spelling niet uit te leggen. (Dezelfde kennis is bovendien de basis voor verstaanbaar spreken.) In AAP worden de spraakklanken heel systematisch aangeboden.
Nadat de 43 Nederlandse klanken bekend zijn, moeten deze aan de 26 tekens van het alfabet worden gekoppeld. In de praktijk zie je dat hetzelfde teken daarbij voor meer klanken kan staan. Bijzonder lastig is ook de schwa of ‘stomme e’ waar het alfabet geen apart teken voor kent. En dat terwijl de schwa de meest voorkomende vocaal in de Nederlandse taal is!
Verwarrend zijn ook het gebruik van de lettercombinaties ij, ei, au, ou en de manier waarop het verschil tussen lange (of open) en korte vocalen in het Nederlandse schrift wordt aangegeven.
In een alfabetiseringsmethode moet dit alles inzichtelijk gemaakt worden. Veel nuttige kennis hiervoor heb ik ontleend aan de didactiek van het aanvankelijk lezen in groep 3 en 4 van het basisonderwijs. De grondlegger van Veilig leren lezen, frater Mommers, hielp me met het concept voor AAP. Cruciaal was volgens hem dat ik het hele alfabetiseringsproces in stapjes indeelde waarbij geen enkele stap mocht ontbreken. Een enorme puzzel die me uiteindelijk wel gelukt is.
Door de bijzondere eisen die de alfabetisering stelt, is AAP een echte alfabetiseringsmethode en niet tevens een NT2 methode. Om elk facet van de Nederlandse spraakklanken en de klank-tekenkoppeling in ‘voorbeeldwoorden’ aan te bieden, heb je woorden nodig die buiten de frequentielijsten vallen waarop de woordenschatopbouw van Nt2 methoden op beginnersniveau is gebaseerd. Voor docenten die met AAP werken is dat soms lastig, zo bleek tijdens de trainingen.
Belangrijk bij het gebruik van AAP is dat je steeds voor ogen hebt wat het doel van elke stap is. In het docentenboek (routeboek) wordt dit per les nauwkeurig uitgelegd. Mocht u belangstelling hebben om met AAP te gaan werken of al met AAP werken en vragen hebben dan kunt u zich rechtstreeks tot de uitgever wenden. Wij helpen u graag verder.