olijfbomen
Hans Kaljee is hoofdstedelijke bomenconsulent van de gemeente Amsterdam. Afgelopen maandag gaf hij een lezing voor de Verening Heemkennis-Oost over bomen in de stad. Gekscherend stelde hij zich voor als de ‘bomenburgemeester’ en vertelde het volgende.
Amsterdam telt 300.000 straat- een laanbomen. Als je ook de bomen op andere plaatsen mee rekent, zoals parken, begraafplaatsen en particuliere tuinen meetelt, kom je uit op een boom-inwonerverhouding van 1:2. Ter vergelijking: in Parijs is dit 1:22.
Dat Amsterdam in 2012 tot Europese bomenstad van het jaar werd uitgeroepen, is te danken aan een welbewust bomenbeleid dat al vierhonderd jaar in de stad wordt gehanteerd. Zo werden er direct na de aanleg van de Amsterdamse grachten al bomen langs het water geplant. Kaljee liet een tekening zien die G.A. Berckheyde maakte als voorstudie voor zijn beroemde schilderij van de Gouden Bocht in de Herengracht. Op de tekening zijn duidelijk jonge boompjes te zien die hij om een of andere reden op het schilderij heeft weggelaten.
Pratend over bomen in Amsterdam heb je het vooral over de iep (ulmus). In Amsterdam staan er 75.000 van. Iepen zijn redelijk bestand tegen strooizout en natte omstandigheden. De wortels zijn creatief in het vinden van hun weg en bij graafwerkzaamheden kunnen ze tegen een stootje. Kaljee vertelde dat de ondergrondse omstandigheden momenteel het grootste probleem vormen voor ‘zijn bomen’. Overal worden leidingen ingegraven en worden ondergrondse voorzieningen gemaakt zoals parkeergarages en afvalcontainers.
Iepen bestaan er in allerlei kleuren en modellen. In Amsterdam worden er ongeveer 10 rassen gebruikt, van fonteinachtig tot kerstboomachtig tot sterk horizontaal uitwaaierend. Berlage was een groot liefhebber van de Ulmus minor ‘Sanariensis’, een hoogopgaande iep met een populierachtig karakter die in Plan Zuid veel te zien is.
Voor wie de ontwikkeling van de iep op de voet wil volgen, is de komende maand de meest geschikte tijd: de bloeiperiode die onmiddellijk gevolgd wordt door het uitbotten van de bladeren. De hopen afgevallen bloemblaadjes (‘springsnow’) die in sommige jaren de wegen bedekken worden door steeds meer mensen als een leuk natuurverschijnsel ervaren.
Wie kennis wil maken met de diversiteit van de iep kan tegenwoordig goed op IJburg terecht. Daar is de keuze gemaakt voor rijen bomen met exemplaren van verschillende iepenrassen door elkaar heen, wat een bijzonder effect geeft. In Amsterdam Noord, achter Eye, verschijnt momenteel een ‘iepenarboretum’ waar alle iepenrassen verzameld zijn met rond elke boom een metalen ring met naam en toenaam.
Goed nieuws is ook dat de gevreesde iepziekte snel aan terrein verliest. Alle iepen die vanaf begin jaren tachtig geplant zijn, zijn resistent tegen deze schimmel. Tot deze groep behoren inmiddels de meeste Amsterdamse bomen. Een stadsboom is gemiddeld 30 jaar oud is en een boom van meer dan 50 jaar maakt in Amsterdam al aanspraak op de titel ‘monumentale boom’. De oudste bomen van Amsterdam waren lange tijd een moerbei in Artis en een plataan in de Leidse Bosjes van 250 jaar…… Tot enkele jaren volgens de nieuwste inzichten het Mr. Visserplein met 300 jaar oude olijfbomen gedecoreerd werd die daarvoor speciaal uit Spanje waren gehaald (zie afbeelding).
En wie de Amsterdamse bomen wil leren kennen zonder daarvoor naar buiten te gaan hoeft alleen maar zijn computer in te schakelen. De site www.maps.amsterdam.nl het ideale adres. Alle monumentale bomen zijn hierop te vinden.